Oh Vienna
Het is januari 2019 en het Kunsthistorisches Museum in Wenen organiseert naar aanleiding van de 450ste verjaardag van Pieter Bruegel de Oude een overzichtstentoonstelling. Manfred Sellink (die hierna directeur werd van MSK Gent) mocht als curator de plaatjes bij elkaar sprokkelen.
Ik houd van Bruegel en ben nog nooit in Wenen geweest. Tim wil naar de tentoonstelling van Stefan Sagmeister, ook in Wenen! Veel meer hebben we niet nodig. Eén blik op de agenda later boeken we onze vlucht.
We zijn vroeg ter plaatse in Zaventem. Te vroeg. Onze vlucht staat zelfs nog niet vermeld op het grote flapperbord. In afwachting van ons gate-nummer, installeren Tim en ik ons ergens waar we rustig kunnen werken… misschien iets te rustig! Want we worden omgeroepen en verzocht om naar onze gate te komen, maar zonder resultaat. Blijkbaar concentreren wij ons zodanig goed op ons werk dat al onze interactie met de buitenwereld verdwijnt. Het gevolg: ze laten ons niet meer op het vliegtuig. Ondanks ons vroegtijdig arriveren hebben we dus de vlucht gemist. We leerden toen dat als je niet op de heenvlucht zit, je plaats voor de terugvlucht ook meteen wordt geannuleerd. De shizzle is gestrand.
Na het initiële ongeloof gevolgd door ergernis, teleurstelling en gevloek vinden we een oplossing: de nachttrein zal ons tot in Wenen brengen!
Tim kan zowat overal slapen. Zolang zijn voorhoofd wordt beschermd tegen het licht.
First: Beauty
Sagmeister & Walsh, Beauty, MAK 2019
Met SAGMEISTER & WALSH: Beauty nemen Stefan Sagmeister en Jessica Walsh het hele MAK in Wenen over. Geen brave tentoonstelling, wel een zintuiglijke ervaring die één idee blijft herhalen tot het blijft plakken: schoonheid doet ertoe. Aan de hand van grafisch ontwerp, architectuur, productdesign en stadsplanning tonen ze hoe schoonheid niet alleen aangenamer is, maar ook beter werkt. Vorm volgt hier niet zomaar functie. Vorm is functie. En plots voelt dat volkomen logisch.
Elke bezoeker krijgt een handvol jetons die je in staat stellen om je mening te uiten bij enkele stellingen. Wat onderscheidt de lijnen en vlakken van Mondriaan van om het even welke indeling? Je kan jezelf virtueel pimpen, allerlei data worden visueel tastbaar gemaakt. We zijn in onze nopjes met zoveel betrokkenheid. Achteraf kopen we allebei de catalogus bij de expo.
Rozemarijn verdwijnt tussen beschilderde varkensblazen uit Guatemala, een afvalproduct van de lokale vleesindustrie dat esthetische waarde krijgt door beschildering.
When in Wenen
Het Secessionsgebäude is een uitwaseming van de Oostenrijkse Jugendstil. Architect Joseph Maria Olbrich ontwerpt dit gebouw in 1898 om de draak te steken met het dan heersende Classicisme. Net zoals toen is het nog steeds een plek voor artiesten, door artiesten. Het siert tevens het 50ct stuk van de Oostenrijkse Euro.
In 1902 verlucht Gustav Klimt de binnenkant van het gebouw met een fries ter ere van de 75ste verjaardag van Ludwig Von Beethoven.
In Double Americanisms toont Ed Ruscha als scherpe observator van taal, tijd en Amerika. In de Secession verweeft hij woorden, beelden en spiegelingen tot een tentoonstelling die tegelijk droogkomisch en politiek geladen is. Met vlaggen, Hollywood-beelden en zinnen uit het dagelijks leven onderzoekt Ruscha hoe geschiedenis zich herhaalt, hoe betekenis verschuift, en hoe taal een beeld kan worden. Geen grote verklaringen, wel subtiele hints die blijven nazinderen terwijl je rondloopt.
Een ander boegbeeld uit de Weense scene is Egon Schiele. Hij tekende mensen alsof hij hun zenuwstelsel rechtstreeks op papier legde. Oncomfortabel, schaamteloos en soms bijna brutaal eerlijk, precies hierdoor blijft hij meer hangen dan eender welke brave schoonheid.
Voor wie het menselijk lichaam wil tekenen zonder te verbloemen of te idealiseren, is Egon Schiele een ijzersterke referentie. Zijn werk laat zien hoe houding, spanning en lijngebruik vaak meer zeggen dan anatomische perfectie.
Bruegel is beestig
Blijkt dat we niet alleen zijn daar in Wenen. Het is het laatste weekend van de expo en dat lokt heel wat gegadigden. Geheel toevallig treffen we Frederick Gordts en Siska Bulkens, die we leerden kennen via de club van museum Dhondt-Dhaenens. Frederick heeft een gids geboekt en wij zondagskinderen mogen mee aansluiten.
Als er iets is wat Bruegel goed begrepen heeft, dan is het wel dat het echte spektakel zich niet in paleizen afspeelt maar op dorpspleinen, in keukens en tussen struikelende massa’s. Terwijl tijdgenoten grossierden in heiligen en helden, koos hij voor boeren, feesten, werk en collectieve chaos. Daarmee zette hij het dagelijks leven op ooghoogte en gaf hij het een plek in de hoge kunst. Zijn schilderijen zijn tegelijk observatie, commentaar en een licht ongemakkelijke spiegel.
Wat hebben we geleerd?
Dat we dus ook met de trein terug moesten.
Bij wijze van afsluiting deel ik nog graag mee dat alle standbeelden in het Weense straatbeeld echt bijzonder groot zijn. Dat warme chocolade er meer overeenstemt met chocoladesaus dan chocolademelk. En dat het uitermate gezellig was. Tot zover.